Historiek

Ze kwamen uit het zuiden opent in een tab

De Assumptionisten arriveren in Sint-Truiden

In de kerstnacht van 1850 legde Pater Emmanuel d'Alzon, samen met vier vrienden, de kloostergeloften af. Na vijf jaar noviciaat. De eenvoudige plechtigheid had plaats in Nîmes (Zuid-Frankrijk) in het college O.L.Vrouw Assumptie, door hem bestuurd. Daarmee was de congregatie van de paters Assumptionisten gesticht.

Frankrijk bevond zich toen in een woelige periode, want vanaf de tweede helft van de 19de eeuw voelde de Franse vrijmetselarij zich sterk genoeg om ten strijde te trekken tegen de katholieken en op de eerste plaats tegen het katholiek onderwijs en de kloostergemeenschappen. De wet Waldeck-Rousseau van 1901 verplichtte de Assumptionisten het land te verlaten. De leerlingen van een klein alumnaat in Saujon (nabij Bordeaux) trekken via Taintignies nabij Doornik uiteindelijk naar de Ridderstraat in Sint-Truiden waar ze in een aangepast herenhuis hun studies konden verder zetten. Dat huis was eigendom van juffrouw van Briemen, de schoonzus van baron de Moffarts.

Internationaal

We schrijven 10 oktober 1901 als pater Emile Gauthier in Sint-Truiden arriveert met zijn leerlingen. Die worden ingedeeld in twee studiejaren: de "troisième section" met 13 jongens en de "quatrième section" met 9 leerlingen. De meeste jongens zijn van Waalse afkomst, verder zijn er nog twee Engelsen, enkele Fransen en ook twee Vlamingen. Vlamingen waren toen nog niet zo welkom, taalproblemen waren legio, niet abnormaal met de Franse paters in een francofiel België. Maar werden ze gediscrimineerd? Dat wel niet, de tijd was toen zo. De Vlamingen mochten zelfs biechten gaan bij de Vlaamse Redemptoristen en nieuwjaar 1902 werden zelfs nieuwjaarswensen in het Nederlands aangeboden. Vanaf het tweede jaar werd zelfs wat les gegeven in het Nederlands en het Duits. Het nieuwe alumnaat werd onder de bescherming van de heilige Aloysius van Gonzaga geplaatst, vandaar ook het Institut Saint-Louis oftewel het Sint-Aloysiusinstituut.

Sint-Aloysiusinstituut in 1902

Armoede

De Paters Assumptionisten wilden met hun nieuwe school vooral jongeren van minder gegoede mensen opvoeden tot het priesterschap: vele leerlingen konden immers geen kostgeld betalen. De nieuwe school was dus afhankelijk van weldoeners. Een van die weldoeners was de familie Jadoul van Bernissem. We lezen in de archieven van 9 januari 1902. "Reeds meer dan één keer heeft deze familie zich uiterst vrijgevig getoond voor ons. Onlangs nog gaven ze ons een kar met aardappelen." Iedereen leek tevreden met het nieuwe huis tot in 1905. Toen was het aantal leerlingen al aangegroeid tot 52 en het huis in de Ridderstraat was te klein. Vanuit Rome kregen de paters de richtlijn om uit te kijken naar een groter huis, "een weinig meer buiten de stad zodat u over wat meer terrein kan beschikken, u wat vrijer kan bewegen en u wat meer gelegenheid hebt om handenarbeid te verrichten", schrijft pater E. Bailly uit Rome.

Tegelijk met de Assumptionisten waren ook de paters Kartuizers van de Glanier uit Frankrijk verjaagd. Zij vonden een onderkomen in het oude klooster van de Bogaarden in Zepperen. Ze waren reeds begonnen met de bouw van afzonderlijke huisjes zoals het past bij hun levensstijl. Maar het was in Limburg voor deze paters veel te koud. Toen ze hoorden dat hun confraters in Sint-Truiden met plaatsgebrek kampten, boden ze hun klooster aan. Zelf zouden ze immers naar Italië vertrekken waar de klimatologische leefomstandigheden inderdaad heel wat leuker waren. De verhuis zal niet lang op zich laten wachten: op 22 september 1905 beginnen de onderhandelingen over een huurcontract.

Huurcontract in 1905

Eindelijk thuis opent in een tab

Paters en leerlingen trekken naar Zepperen

"Langs de stille Ridderstraat stappen voortdurend knapen, beladen als muilezels, met pakken op de schouders, ketels en emmers in de hand, stoofbuizen en boeken onder de arm, matten en dekens op de kop. Stootkarren en kruiwagens met boekenkasten, stoelen, banken en honderd andere dingen volgepropt worden krakend en botsend door jeugdige armen voortgeduwd. Drie volle dagen duurt dat spelleke."

De verhuis van de Ridderstraat naar de Kasteelstraat in Zepperen is begonnen. Ondanks de werkzaamheden van de Kartuizers was er niets af in het gebouw. Maar in vergelijking met Sint-Truiden was het er groot: een middenvleugel van 50 meter, twee zijvleugels van 40 meter. In het zuiden lag de moestuin omgeven door een hoge muur en rechts van de ingang bevond zich een grote serre met een echte wijngaard. In 1906 werden de cellen van de Kartuizers afgebroken om één grote slaapzaal te maken. In 1907 werd in de oostelijke vleugel een nieuwe kapel gebouwd. Een studiezaal, klaslokalen en een speelzaal vervolledigden, samen met een refter en keuken, het nieuwe alumnaat.

Het reglement leek er nogal streng en monastiek. Om 05.00 uur moest men opstaan, wat later startten de primen, de studie, de meditatie en de mis om tegen halfacht te ontbijten. De lessen begonnen om 08.30 uur, om 12.00 uur was er middageten gevolgd door vespers en studie. De laatste les was om 17.15 uur, voorafgegaan door een vieruurtje, een rozenhoedje en studie. Om 20.30 uur kropen de leerlingen onder de wol.

Geestelijke vorming

De alumnaten waren een 'moderne' vorm van de kloosterscholen en bisschoppelijke seminaries. Ze waren gericht op een priesteropleiding en bijgevolg was er erg veel ruimte voor gebed: driemaal per dag baden paters en jongens het Latijnse brevier, elke dag waren er mis, meditatie en rozenhoedje, elke namiddag zong men de vespers en elke avond het lof.

Ook de leerstof was zeer christelijk: ze was zeker niet minimalistisch en de leraars waren veeleisend. De opvoeding beoogde een algemene vorming maar dan op basis van christelijke principes en aan de hand van al even christelijke schrijvers. In de uitgave van het leerplan Latijn van het tweede jaar lezen we dat de leerlingen zich moesten buigen over het Mattheusevangelie, de Flores Sanctorum en enkele liturgische hymnen. Daarnaast waren er nog morfologie en syntaxis, mooi uitgeschreven per trimester.

Les in Zepperen - 1907

Ontspanning

We kunnen het ons in de 21ste eeuw niet voorstellen, maar de leerlingen gingen in die beginjaren zelden of nooit op vakantie bij hun ouders. Dat stond ook zo in het 'gewoonteboekje van de alumnaten': "Les élèves n’ont pas de vacances dans la famille". Dat had uiteraard ook te maken met de grote afstanden - sommige kinderen kwamen uit het buitenland - en met de tijdsgeest.

De vakanties werden opgevuld met lezen, studeren, handenarbeid en vele wandelingen tot meerdaagse staptochten naar Leuven en Diest.

Tijdens het schooljaar werd ook de boog al eens ontspannen: regelmatig waren er ontspanningsavonden waar iedereen de kans kreeg zijn talenten te tonen. Zo’n "séance récréative" werd georganiseerd ter gelegenheid van het feest van de overste, de verjaardag van pater d’Alzon, het feest van de onschuldige kinderen en Sinterklaas.

Klasfoto 1907

Opnieuw verhuizen

Op 29 juni 1914 pakten zich donkere wolken boven Zepperen: de Kartuizers wilden opnieuw beschikken over hun eigendom en zegden de huur op. De Assumptionisten kregen de raad tijdens de vakantie te verhuizen. Pater Gausbert ging op zoek naar een nieuwe woonst en de paters Kartuizers stortten 1.000 frank "om de kosten van de verhuis te helpen betalen". Gelukkig voor het alumnaat en zijn bewoners brak toen de Eerste Wereldoorlog uit en waren ze even verlost van de huurperikelen. Na de oorlog kwamen de Kartuizers echter terug, niet om er te wonen maar om het goed te verkopen. Op 24 juli 1920 zijn de Assumptionisten eindelijk eigenaar van "Le château de Zepperen" en verlost van infrastructurele zorgen. Maar niet voor lang!

Klasfoto 1920

Grote bouwwerken opent in een tab

Slaapzalen, klassen en toneelzalen (1936, 1955, 1962)

De geschiedenis van het Sint-Aloysiusinstituut is er een van breken, bouwen, verbouwen, en verbeteren. Dat lijkt normaal als je je intrek neemt in een gebouw dat bijna een Kartuizerklooster was, daarvoor een adellijk kasteel en een Bogaardenklooster. Hiervan een school met internaat maken, met behoud van de historische achtergrond was vaak dansen op een slappe koord en een smalle portefeuille.

Op maandag 6 april 1936 begonnen de eerste verbouwingen aan het hoofdgebouw: alleen de buitenmuren bleven overeind. Het dak werd een meter opgetrokken, in de tuin tussen de vleugels kwamen klaslokalen en een gang, in het noorden kwam een nieuwe keuken. Op het gelijkvloers was er plaats voor een refter, studiezaal en recreatiezaal. Aan de voorkant kwamen spreekkamers en bureaus voor de overste en de econoom. Op de eerste verdieping kwamen de kamers voor de paters, een bibliotheek en logeerkamers. Op de bovenste verdieping werden slaapzalen en sanitaire installaties ingericht. Het werk kostte 635.379 frank. "Zes maanden hebben we genoten van stof en lawaai maar we voelden het als een storm die de zonneschijn voorafgaat en het was ons zoet", schrijft de kroniekschrijver. Ellende troef tot op 15 oktober de bisschop van Luik, Mgr. Kerkhofs, de nieuwe gebouwen inzegenen komt, met een feestmaal dat om 12.30 uur begon en om 15.00 uur eindigde.

Ondertussen was Sint-Aloysius opnieuw gegroeid. Tot 1954 trokken de leerlingen van de hogere cyclus naar Kapelle-op-den-Bos. Vanaf toen bleven ze in Zepperen. De wet Harmel maakte dat verplicht onder dreiging van intrekking van de toelagen.

Opnieuw bouwen

Op 15 september kwamen 124 leerlingen naar school. De zolder boven de kapel werd als slaapzaal ingericht en kreeg als toepasselijke naam "Siberië". 's Morgens moesten de leerlingen in de winter het ijs in hun waskommen breken. De werken aan de bouw voor de hogere cyclus begonnen op 9 april 1954 en op 21 november 1955 was het werk af. Het kon worden ingezegend door de generale overste pater Wilfried Dufault, tal van plaatselijke politici en de aannemers. Het feest werd besloten met... een verzorgd feestdiner.

Het gebouw bestond uit een volledige kelder en een gang met klaslokalen op het gelijkvloers. De eerste verdieping werd slaapzaal, de beroemde ‘paaltjesslaapzaal’ met sanitair en kamers voor de paters. De bovenste verdieping werd een heuse toneelzaal. Het is hier dat Zepperen begon aan zijn uitbouw als cultureel centrum van Limburg. Alle Vlaamse theatergroepen traden er op, er waren lezingen, conferenties en tentoonstellingen.

Sint-Aloysiusinstituut nu

Een echt cultureel centrum

De ligging van de zaal op de derde verdieping was een handicap. Bovendien bleef het aantal leerlingen stijgen zodat de toneelzaal slaapzaal werd en de nood aan een nieuw cultureel centrum groter werd. De plannen werden getekend voor een zaal met 500 zitplaatsen, een repetitielokaal en kleedkamers en op de twee verdiepingen weer eens nieuwe slaapzalen. Een stuk van de tuin en de serres moesten verdwijnen. Op 6 december 1962 werden de nieuwe gebouwen plechtig ingezegend door Mgr. Kesters, vicarisgeneraal van het bisdom Luik. "Na afloop van de feestzitting werd aan de genodigden een lunch aangeboden", lezen we in de teksten van Hemelvaart.

"Van de feesttafel ging het naar de nieuwe toneelzaal voor een kleinkunstavond, gepresenteerd door het trio 'Op de Purpren Hei'. We mogen besluiten met te zeggen dat deze dag nog lang zal blijven voortleven in de harten van allen die begaan zijn met het wel en wee van het Sint-Aloysiusinstituut", schrijft de kroniekschrijver. Feesten ging blijkbaar in Zepperen nogal eens gepaard met culinaire geneugten.

In gans Limburg was er geen toneelzaal zoals in Zepperen. Alle gezelschappen traden er op, er werden concerten gegeven, kleinkunstavonden vonden er hun beslag. Het "Cultureel Centrum" werd in Zepperen geboren, zelfs de naam werd er uitgevonden.

1962 - Bauw van een echt cultureel centrum

Vreemde eenden in de bijt opent in een tab

Duitse en Nederlandse zusters en getrouwde mannen

De liefde van de man, ook al is hij kloosterling of aspirant-priester (en zelfs zonder roeping) gaat nog steeds door de maag. In mannengemeenschappen is dat evenzeer zo, dus waren de Assumptionisten al lang op zoek naar vrouwen voor de keuken.

Pater Rodrigue en Pater Hendrik waren al jaren druk zoekend naar een zusterorde die de keuken onder haar hoede zou willen nemen. Tevergeefs, zodat gedurende vele jaren de ganse gemeenschap zich voedde met 'mannenkost'.

Een samenloop van omstandigheden heeft de inwoners van Sint-Aloysius hierbij geholpen. De generale overste van de zusters van H. Elisabeth zocht voor haar zusters een werkterrein buiten Duitsland om aan de plagerijen van het Hitlerregime te ontsnappen. Op 15 juli 1937 kwamen, tijdens het middagmaal, drie Duitse zusters in Zepperen aan. Voor hen werd het gebouwtje aan de keuken opgeknapt dat voortaan 'het zusterhuis' zal heten. Tot in 1949 zouden de zusters Germana, Conrada en Anselma zich wijden aan de zorg in keuken, wasserij en kapel. In 1951 trokken ze terug naar Duitsland zodat de zoektocht naar helpende zusterhanden herbegon.

Nederland

Op 2 maart 1953 kwam de oplossing: zeven Kleine Zusters van Sint-Jozef uit Heerlen waren bereid hun steentje te komen bijdragen tot de priestervorming: keuken, wasserij, naaikamer en kapel werden hun werkterrein. "Toen ze omstreeks 14.00 uur arriveerden werden ze verwelkomd met een 'welkomstwoord' en een meerstemmig lied." De nood moet dus hoog geweest zijn. Toen in 1967 de schoolbevolking gestegen was tot 250 werd de keuken uit 1936 een probleem. In een mum van tijd ging de oude keuken tegen de vlakte en onder leiding van pater Albrecht, die er bijna het hachje bij inschoot, verrees een nieuwe modelkeuken, ondertussen ook al aan modernisering toe want de veiligheidsnormen, HACCP en andere reglementen vragen regelmatig ernstige investeringen.

1953 - De zeven kleine zusters

Getrouwde mannen

In 1954 arriveerde de eerste 'leek' in het Sint-Aloysiusinstituut. De subsidiëring van het onderwijs eiste ook een valabele invulling voor de vakken zoals lichamelijke opvoeding en muziek.Albert Doucet was als leraar lichamelijke opvoeding de eerste vreemde eend in de bijt. Hij pakte al vlug uit met een jaarlijks sportfeest en hij wilde meer sport en beweging: de boomgaard achter het park werd aangekocht en in 1956 werden er twee voetbalvelden aangelegd. Simon Vandevelde was de eerste taalleraar. Later werd hij kabinetschef van gouverneur Louis Roppe.

De muzikale opvoeding werd ook in lekenhanden gelegd. Muziek stond hoog aangeschreven in Sint-Aloysius want in 1957 was er al een fanfare, eerst geleid door de muziekleraar Gaston Zeegers en later door de heer Beckers. Het eerste optreden dateert van 16 juni 1957 tijdens de Genovevaprocessie in Zepperen. Hiermee werd een nieuwe periode ingeluid: de komst van niet-priesters in het onderwijs, in de jaren '70 gevolgd door de eerste vrouwen. Nu bestaat de leerkrachtengroep nog uitsluitend uit leken, de paters hebben hun inbreng nog in het schoolbestuur.

De paters

Sint-Aloysius moderniseert opent in een tab

Het klassenpaviljoen, een sporthal en nieuwe labo's

In de jaren '70 begon het Sint-Aloysiusinstituut zowat uit zijn voegen te groeien. De start van het VSO, de nieuwe afdelingen en het gemengd onderwijs zorgden voor een toeloop en het aantal leerlingen benaderde de 400. En waar moest men met al deze jongens en meisjes naartoe? De enige oplossing was... opnieuw bouwen.

Toen in 1969 Sint-Aloysius startte met de handelsafdeling (een moderne kon er volgens het bisdom niet van af) was dat meteen een schot in de roos. Had het bidsom dan toch gelijk? In elk geval, de 47 leerlingen in het eerste jaar deden een oud zeer weer pijnlijk aanvoelen: er waren lokalen te weinig om al deze kinderen les te geven. Tijdens de examens van juni 1970 startten de grondwerken aan het prefab paviljoen. Hiervoor moest een stuk van het park verdwijnen en nostalgische zielen zagen met pijn in het hart een aantal bomen tegen de vlakte gaan. Maar nood breekt wet. Op 2 september, de start van het nieuwe schooljaar, stond het gebouw er klant en klaar: 11 ruime en luchtige klassen, een sanitaire installatie, een dactylolokaal met 17 typemachines en een fysicalokaal.

In dit gebouw zou de lagere cyclus onderdak vinden. Ondertussen werd ook in dit klassenpaviljoen al druk herbouwd en gebroken: het sanitair verdween voor opslagruimte, wetenschappen en dactylo verhuisden naar elders en in het gebouw werd voldoende ruimte uitgetrokken voor een technologielokaal.

Een sportzaal

In 1972 werd de droom van elke turnleraar werkelijkheid: een sportzaal. In hun stoutste dromen hadden de leerkrachten L.O. er al van gedroomd. Ooit, lang geleden, was er zelfs een plan op papier geraakt maar op 11 juni 1972 werd het gebouw officieel ingehuldigd. Naast de sportaccommodaties (zaal, kleedkamers en douches) waren er ook een recreatiezaal voor de internen en een ruime studiezaal.
Bij de opening was het feest. "Volksvertegenwoordiger Monard feliciteerde de paters voor deze verwezenlijking die enkel tot stand kon komen dank zij het idealisme van velen. Hij betreurde dat het gebouw gezet werd zonder enige overheidssteun en beloofde aan deze onrechtvaardige toestand binnen afzienbare tijd een einde te stellen", lezen we daags na de opening in de krant. Pater provinciaal Frans Houbey stelde dat dit enkel mogelijk was dank zij de steun van gans de gemeenschap van de Vlaamse Assumptionisten. Hij had nog andere plannen in petto. Zelfs minister Willy Claes was aanwezig. Hij prees het Sint-Aloysiusinstituut met de bouw van de sporthal die volledig paste in de visie van het vernieuwd secundair onderwijs.

De sportzaal

Nog vaklokalen

De fusie met de Onze-Lieve-Vrouw Tuinbouwschool in Sint-Truiden en het Instituut van O.L.Vrouw van de Rozenkrans in Velm (1996) stelde personeel en directie opnieuw voor andere uitdagingen. Het moderne onderwijs eiste steeds meer specifieke vaklokalen en met de fusie kwam er een afdeling naar Zepperen waar geen accommodatie voor was: de richting chemie.

De studiezaal van de internen werd omgebouwd tot vaklokalen, de recreatiezaal onderging hetzelfde lot en ruimde de plaats voor moderne laboratoria. Dat was mogelijk omdat ondertussen de paters erg veel geïnvesteerd hadden in een modern internaat met eigen studiezalen en ontspanningsruimten. Slaapzalen werden kamertjes en de vroegere stallingen, gedurende decennia het onderdak voor koeien en paarden, werd een grote ontspanningsruimte. De bibliotheek en het podium van de vroegere toneelzaal werden zelfs verbouwd tot een meisjesinternaat. In al die verbouwingswerken hebben heel wat leerkrachten veel van hun vrije tijd en van hun kennis gestoken.

Ondertussen verrees in de tuin, in de moderne tijd niet meer nodig als voedselleverancier, een nagelnieuw sanitair blok. Want met de komst van het vrouwvolk in Sint-Aloysius waren er op dat vlak ook weer andere richtlijnen te volgen.

De studiemogelijkheden opent in een tab

Latijn, Economie, Techniek, Sport, Handel, Kantoor, maar vooral leren "mens worden"

Het mag dan al zijn dat een "humaniora" erop gericht is de leerlingen "menselijker" te maken of om het nog beter te vertalen "meer mens" te laten worden, maar met Latijn alleen zou dat niet meer gaan. Wilde Sint-Aloysius overleven, dan moest het aanbod aan studierichtingen uitgebreid worden, want met enkel een Latijn-Griekse sprak je een te beperkt deel van de potentiële schoolbevolking aan.

Het mag dan wel zijn dat Latijn en Grieks de koninginnenstukken zijn op het schaakbord van de humaniora, niet iedereen liep er warm voor. Gedurende 65 jaar had Sint-Aloysius het alleen maar met deze afdeling gerooid en enkel maar met internen. Ook dat behoorde tot het verleden want de houding van de orde ten opzichte van priesterroepingen evolueerde van priesterwerving tot het spontaan laten ontluiken van roepingen en daarnaast ook jongeren te zoeken voor een christelijk engagement zonder priesterschap.

Een belangrijke datum in beide gevallen was 1969. Toenmalig directeur Pater Patrick Francis was al eens op een njet van het bisdom gelopen om een Moderne op te richten. Die zag men in Hasselt liever naar het Aangenomen College in Sint-Truiden gaan. Uiteindelijk, na moeilijke onderhandelingen, mocht Zepperen een handelsafdeling oprichten. Het eerste jaar kwamen er 47 jongens op af en meteen braken de externen binnen in het bastion dat internaat heette.

Sportende kinderen

Vernieuwd Secundair Onderwijs

Het onderwijs is een materie die niet stil staat, meer nog, opeenvolgende ministers proberen hun stempel op het onderwijs te drukken en het gevolg daarvan zijn een heleboel veranderingen en structurele aanpassingen. Het VSO was één van de grootste veranderingen in de groei naar een eigentijds onderwijs. Leerkrachten schoolden zich gedurende enkele jaren bij om vertrouwd te geraken met de structuur, de geest en de programma’s van het VSO. Binnen Groot-Sint-Truiden werden onderhandelingen gevoerd om in alle scholen op dezelfde datum te starten met het VSO. Maar zoals alle onderhandelingen verlopen onderwijsgesprekken in de Trudostad erg moeizaam en hield het centrum het VSO voor bekeken. Zepperen kreeg wel de toestemming om te starten met zijn Toekomstgericht Onderwijs. Een professionele reclamecampagne zorgde in 1979 voor een echt succes: 82 leerlingen schreven zich in voor het eerste jaar. Als enige VSO-school in de regio waren de uitbreidingsmogelijkheden bijna grenzeloos: in de eerste graad kwam er Industriële Wetenschappen, in de tweede en derde graad deden Lichamelijke Opvoeding en Sport en Economie hun intrede. In combinatie met Wiskunde en Moderne Talen gaf dat een hele rist mogelijkheden.

In 1983 was er een nieuwe inbraak: de meisjes veroverden het bijna 80-jarige jongensbastion nadat een eerdere poging mislukte omdat de rest van Sint-Truiden niet meewilde.

Technologische opvoeding

Fusie

Op 1 september 1996 vond er een grote fusieoperatie plaats: het Instituut van de Rozenkrans van Velm, de O.L.Vrouw Tuinbouwschool van Sint-Truiden en Sint-Aloysius van Zepperen gooiden de scholen samen. Meteen werd Zepperen enkele afdelingen rijker. De richtingen Chemie en Techniek-Wetenschappen alsook het zevende jaar Biochemie kwamen de lijst met studiemogelijkheden verruimen.

Uiteindelijk bleek dit van het goede te veel te zijn. In 2003 werden de richtingen Chemie en Techniek-Wetenschappen overgedragen aan de campus Tuinbouwschool en de richting Biochemie werd afgestoten wegens gebrek aan interesse.

Zepperen was dus geëvolueerd van een zuivere humaniora tot een school met ASO en TSO. Enkel het BSO ontbrak nog in de vorming. Hieraan kwam een einde in 2003 toen Sint-Aloysius startte met de BSO-afdeling Kantoor, in het verlengde van de handelsafdeling. Daarmee was de cirkel rond.

Opleiding informatica

Het lekentijdperk

Ondertussen waren er nog een paar heilige huisjes gesneuveld. In 1992 werd de eerste leek directeur: Jef De Lombaerde nam het roer over van pater Valère Keupers. En ook het vrouwelijk geslacht pleegde een staatsgreep: in 1996 werd het internaat gemengd. Wie had dit decennia geleden durven voorspellen? Meer nog! In 2002 werd de eerste vrouw de grote baas in Sint-Aloysius: Marleen Van Dijck verving Jef De Lombaerde tijdens diens uitstap als coördinerend directeur van de Scholengemeenschap Sint-Trudo. En of dat nog niet genoeg was, in 2001 werd een eerste leek benoemd als directeur van het internaat: Pierrot Onkelinx volgde pater Jos Vandevelde in die functie op.

Les Aardrijkskunde

Het lager onderwijs

Van "voorbereidende" tot grote Zepperse fusie

Sint-Aloysius voorziet al sedert het schooljaar 1937-1938 in een lager onderwijs. Gestart als een eenvoudig voorbereidend jaar mogen we nu fier zijn op een bloeiende lagere school.

Het leerprogramma van het voorbereidend jaar was niet vast omlijnd. Feit was dat de leerkrachten van het secundair kampten met pedagogische moeilijkheden: de diversiteit van de leerlingen die uit het ganse land kwamen was zo groot dat een aantal onder hen verwezen werden naar 'de zevende voorbereidende' om met meer kans op slagen aan de middelbare studies te beginnen. Het onderwijs was dan ook rechtstreeks afgestemd op het eerste jaar van de Latijnse humaniora.

Na de subsidiëring van het middelbaar onderwijs en de toename van het aantal leerlingen in dit voorbereidend jaar, overwoog men om ook dit jaar te laten subsidiëren, doch de enige mogelijkheid om aan de centen van Brussel te geraken was de aanstelling van leerkrachten met het diploma van onderwijzer.

Het duurde tot september 1964. Toen zette directeur pater Frans Houbey deze stap: een schoolcomité en twee onderwijzers, Jef Celis en Pol Renaers, waren er het resultaat van. Meester Pol en meester Jef startten met 34 leerlingen in het zesde leerjaar. In 1966 kwam daar nog een vijfde leerjaar bij en in 1972 zelfs een vierde. Op dat ogenblik was Zepperen op onderwijsvlak een van de rijkste dorpen van het land: een gemeentelijke jongensschool, een vrije meisjesschool en de basisschool van Sint-Aloysius.

Schoolcomité

Fusie op de valreep

Met de rationalisatiewet van 1975 in het achterhoofd begonnen in dat jaar de fusiebesprekingen. Die werden gunstig afgerond en op 1 september 1977 startte een eengemaakte Zepperse basisschool Sint-Aloysius, weliswaar zonder de gemeentelijke jongensschool. Die kon niet opgenomen worden in de fusie omdat de gemeenteraadsverkiezingen in Sint-Truiden moesten overgedaan worden. Die waren vernietigd omdat er een kandidaat zowel in Anderlecht als in Sint-Truiden op een lijst stond. In ijltempo werd dan toch nog een dossier gemaakt en even voor middernacht op 30 september 1977 keurde de Sint-Truidense gemeenteraad de overdracht van de gemeenteschool aan het vrije net goed.

Er kwam een verruimd schoolcomité en Jef Celis werd 'hoofdonderwijzer zonder klas' van een volledig eengemaakt Zeppers lager onderwijs.

De fusie krijgt volgend jaar de kers op de taart: dan wordt gestart met de bouw van een nagelnieuwe lagere school op de terreinen van Sint-Aloysius: alle leerlingen komen dan naar de Kasteelstraat, de plannen zijn klaar, de zoektocht naar centen is bezig. Binnen afzienbare tijd is Sint-Aloysius de onderwijscampus voor kinderen van twee jaar tot jongvolwassenen van 18.

Tastend lukken

Voor de nieuwe directeur was het geen gemakkelijke taak om van de drie scholen een homogene groep te maken die bovendien op vier verschillende locaties in Zepperen les volgde. Na enkele jaren tastend zoeken groeide echter in onze basisschool een optimale werking.

Een niet geringe bijdrage in het slagen van het lager onderwijs in Zepperen was ongetwijfeld broeder Arsène Martens. Hij was de internaatsbegeleider voor het lager onderwijs en speelde met het idee van een sportfeest voor de kleinsten.

Cross der Jongsten
Het initiatief van de beschermer van Onze-Lieve-Vrouw van Helshoven kende een onverhoopt succes. Het sportfeest van 1975 werd een feest voor de kleinsten. De Cross der Jongsten werd een begrip tot buiten Limburg. De Zesde Cross der Jongsten op 27 mei 1979 bracht meer dan 2.000 kinderen aan de start. En omdat dat jaar het Jaar van het Kind was, kwam ook koningin Fabiola kijken. "Het werd een sportief feest over de gehele lijn: van op de vorstelijke tribune tot in de verste uithoek van het schilderachtige park", schreef Het Belang van Limburg. De koning was ook van plan om mee te komen, maar hij had enige tijd voordien in het geheim José Happart ontmoet langs de E40 nabij Verviers. Men vreesde voor communautaire relletjes, dus de koning bleef thuis omwille van 'het Voerincident'. Er was wel opvallend veel politie en rijkswacht aanwezig. Maar die crosten niet mee!

Neem ook eens een kijkje op de website van de Basisschool Sint-Aloysius.

Fabiola

Het internaat opent in een tab

Een alumnist uit 1925, een interne uit 2005

Internaten veranderen, en dat is nog maar goed ook. Toen na de Eerste Wereldoorlog het alumnaat werd uitgebouwd, golden er uiteraard andere leefregels dan nu. Frans Draulants hield in de jaren '20 een leuk dagboek bij. We zetten dat tegenover een interne van vandaag.

"Zondag 22 September: opstaan om 6,05 uur. De studie duurt tot 7,10 uur. Daarna geeft pater overste de meditatie die ongeveer op dit neerkomt: "Wanneer ge in een gesprek valt waarin de godsdienst aangerand wordt, wacht u dan u op te winden en een redetwist aan te binden, want zoo ge niet zeer onderlegd zijt in de godsdienstkennis, zouden uw tegenstrevers u met hun listige vragen van streek brengen en dit ten nadeele der zaak die ge wilt verdedigen." Na de meditatie zingt pater overste de H. Mis. 's Namiddags gaat men op wandeling. Om vijf uur zijn er de vespers, vrije studie en het lof.

"Maandag 23 September: om 6uur 3/4 wordt een zielemis gezongen voor den E.H. André. 's Namiddags brengt het officieel bezoek van den Pastoor ons vrijaf mede. De namiddag wordt doorgebracht met handwerk. Na het koffie-drinken worden de werken voortgezet tot 7 uur.Vervolgens avondmaal en completen."

Met andere woorden: gebed was zeer belangrijk, onthechting misschien nog belangrijker en gehoorzaamheid het summum. "Leerlingen die een horloge bezitten, zullen dit bij aankomst in het alumnaat overhandigen aan de overste. Ze zullen alles vermijden dat in tegenspraak is met de geest van armoede in ons alumnaat", lezen we in de "Règles et coutumes des alumnats des Augustins de l'Assomption" uit 1909. Brieven moesten geopend aan de overste overhandigd worden, het geld dat de leerlingen hadden moesten ze inleveren, enkel de postzegels mochten ze houden, leerlingen mochten mekaar niet tutoyeren en geen bijnamen gebruiken.

Hooiwagen

d'Alzon als basis

Vandaag wordt nog steeds naar de principes van Emmanuel d'Alzon teruggegrepen in het opvoedingsproject: discipline, een warme familiegeest, een communicatieve stijl, het eergevoel, de godsdienst en vroomheid en het maatschappelijk en religieus engagement zijn de pijlers ervan. Maar de vertaling gebeurt anders. Vroeger sliepen de kinderen op slaapzalen, nu zitten ze op kamers; een horloge was toen taboe, nu heeft bijna iedereen GSM. Waar vroeger de studie al eens verdrongen werd door het gebed, ligt nu de nadruk op samenleven, studeren en ontspannen. Vroeger was de studie gericht op het priesterschap; vandaag op meer mens worden en slagen in het leven.

"Woensdag 16 februari 2005: op dit ogenblik loopt in de school 'De Week van het Gezond Verstand'. We hebben de ganse voormiddag uitleg gekregen over relationele en seksuele vorming. Met die meisjes in de klas was het soms een beetje gênant. Deze namiddag waren het frietjes met kippenboutjes. En straks gaan we naar de schaatsbaan in Hasselt. Mijn vriend Serge kan niet mee: die heeft strafstudie en om 5 uur krijgt hij nog extra studie want hij had twee buizen op zijn rapport."

"Vrijdag 18 februari 2005: we hebben de ganse voormiddag gewerkt aan een alcoholvrije receptie voor de ganse school. Deze middag hebben we gezonde smos gegeten die door de leerlingenraad verkocht werd. Deze namiddag gaan we nog kwissen rond gezondheid maar om kwart over vier is het eindelijk weekend. Ma heeft juist een sms'je gestuurd: ik moet met Liesbeth mee naar huis want de auto staat in panne."

De tijden zijn veranderd, de regels van de overheid strenger want internaten worden nu ook gesubsidieerd. Maar uiteindelijk blijft de leefregel van pater d'Alzon nog steeds de basis van de opvoeding van jongeren, nu jongens en meisjes.

Alle informatie over het internaat kan je vinden op SAZinternaat.be.

Kogelstoten